Relaxed de toekomst tegemoet!

Home > Ons bedrijf > Hoe werken wij


Hoe werken wij ?

Het aangaan van een hypothecair krediet is voor veel klanten een belangrijke beslissing. De kosten en aflossing van deze lening hebben voor langere termijn grote invloed op het besteedbaar inkomen van de klant. De wetgever vindt goede advisering over hypothecaire geldleningen belangrijk en heeft daarom eisen gesteld aan de kwaliteit van dit advies. Deze eisen zijn opgenomen in de Wet op het financieel toezicht (hierna: Wft). De AFM heeft richtlijnen gemaakt inzake de werkwijze uitgevoerd door adviseurs. Deze werkwijze wordt ook door ons toegepast.

Het adviesproces begint met de kennismaking tussen onze adviseur en de klant. De adviseur inventariseert op hoofdlijnen de doelstellingen, risicobereidheid, kennis, ervaring en financiële positie van de klant. Voor zowel onze adviseur als de klant is het van belang om tijdens deze fase erachter te komen of onze adviseur iets voor de klant kan betekenen. Verder informeert onze adviseur de klant ook over de inhoud van zijn dienstverlening (adviseren, bemiddelen en nazorg), de kosten van deze werkzaamheden en de wijze waarop deze worden gefinancierd.

Wanneer zowel de klant als de adviseur besluiten om samen het totale adviestraject in te gaan, volgt de fase van de beeldvorming. De fase van de beeldvorming kan worden onderverdeeld in de fase ‘inventarisatie’ en de fase ‘analyse’

Inventarisatie

In deze fase gaat onze adviseur verder met inventariseren, maar wel op een veel gedetailleerder niveau dan bij de kennismaking. Hij wint bij de klant informatie in over zijn kennis en ervaring op het gebied van hypothecair krediet.

Daarnaast inventariseert hij de financiële positie en de doelstelling en risicobereidheid van de klant; allemaal voor zover relevant voor het opstellen van een passend hypotheekadvies. Zowel op grond van de Wft als op grond van het privaatrecht is de adviseur verplicht om ervoor te zorgen dat dit advies aansluit bij de persoonlijke situatie van de klant. Dat kan alleen als de adviseur voldoende informatie over de klant heeft.

Het is belangrijk dat de adviseur de informatie die hij van de klant krijgt, controleert. Dit kan door bijvoorbeeld vervolgvragen te stellen of een kopie van bepaalde documenten te vragen. Ook kan hij de klant bewust keuzes laten maken aan de hand van concrete voorbeeldsituaties. De adviseur moet in deze fase alle relevante gegevens, kenmerken, wensen en behoeften van de klant die nodig zijn om een passend hypotheekadvies te geven, aan bod laten komen. Hij moet de door de klant (mondeling) verstrekte gegevens zoveel mogelijk controleren op juistheid en volledigheid.

Verder is het van belang dat de adviseur tijdens deze fase inventariseert welke bestaande voorzieningen de klant heeft en voor welke uitkeringen de klant nu en in de toekomst in aanmerking komt. Hierbij spelen ook wettelijke voorzieningen een rol. Het is dus erg belangrijk dat de adviseur tijdens het adviesgesprek over alle relevante gegevens van de huidige financiële situatie van de klant beschikt. Deze informatie kan al in de afspraakbevestiging worden opgevraagd bij de klant. Verder moet een adviseur de klant tijdens deze fase in algemene zin informeren over de voor hem mogelijk relevante hypotheekconstructies.

Verantwoorde woonlasten

Als de adviseur een klant adviseert een hypothecair krediet af te sluiten, dan gaat de klant voor langere tijd een financiële verplichting aan. Wettelijk zijn zowel de aanbieder als de adviseur verplicht om zelfstandig te beoordelen of het hypothecair krediet dat de klant wil aangaan verantwoord is. De adviseur moet zijn advies zo opbouwen dat de geadviseerde hypotheek voor de klant betaalbaar is en blijft. De adviseur mag zich hierbij niet verschuilen achter het oordeel van de aanbieder.

Als een aanbieder een hypotheek accepteert, betekent dat niet automatisch dat de hypotheek verantwoord is. De adviseur heeft hier dus zijn eigen verantwoordelijkheid om vast te stellen dat sprake is van een verantwoorde hypotheek. De adviseur moet daarom altijd nagaan of in alle redelijkheid mag worden verwacht dat de klant de lasten van het te adviseren hypothecaire krediet kan dragen.

Om hierover verantwoord een uitspraak te kunnen doen zal de adviseur veel informatie over de financiële positie bij de klant moeten inwinnen. Een advies om een hypothecair krediet aan te gaan waarbij de adviseur had behoren te weten dat de kans groot was dat de klant deze lasten niet kan dragen, is dus zonder meer een verkeerd advies.

Natuurlijk kan de adviseur niet garanderen dat de hypotheeklasten altijd betaalbaar zullen blijven. Er kan zich immers altijd een situatie voordoen die bij het geven van het advies niet voorzienbaar was. Maar de adviseur zal wel rekening moeten houden met ontwikkelingen die bij het goed onderzoeken van de situatie van de klant wel waren te voorzien. Als de adviseur dit niet doet, is er geen sprake van een passend advies.

Analyse

In de fase van analyse vertaalt de adviseur de relevante informatie over de klant (zoals de doelstellingen, risicobereidheid en kennis en ervaring) naar de mogelijkheden voor een hypotheek.

Een goede adviseur werkt de mogelijkheden die aansluiten bij het klantbeeld cijfermatig uit door klantspecifieke berekeningen te maken. Klantspecifiek wil hier zeggen, berekeningen gebaseerd op de individuele gegevens van de klant. In dit geval dus geen berekeningen met cijfers gebaseerd op algemene trends of gemiddelden van een bepaalde doelgroep. Hierbij betrekt de adviseur ook de toekomstige financiële positie van de klant.

Oplossingen

In de fase van de oplossing geeft de adviseur op basis van alle verzamelde informatie aan welke hypotheekconstructie goed aansluit op de uitkomsten van de analyses en past bij de situatie en de wensen van de klant.

De adviseur houdt hierbij ook rekening met alle relevante fiscale aspecten voor zover die gelden of redelijkerwijs in de situatie van de klant zijn te voorzien. De adviseur formuleert het advies zo dat de klant begrijpt hoe het advies aansluit op zijn doelstellingen, financiële positie, risicobereidheid en kennis en ervaring.

Vervolgens licht de adviseur het advies toe. Hij legt daarbij de benodigde informatie en het klantbeeld met de gegevens over de geadviseerde oplossing vast. Een goed adviseur geeft dit klantbeeld en het advies op papier mee aan de klant. De klant zal vervolgens besluiten om het advies wel of niet op te volgen.

Als het advies door de klant wordt opgevolgd, dan geeft de adviseur gedurende de looptijd van de hypotheek, indien noodzakelijk of wenselijk, nazorg. Zo kan hij ervoor zorgen dat de klant ook bij wijzigingen van bijvoorbeeld zijn doelstellingen, risicobereidheid of financiële positie en/of bij tegenvallende opbouw van het vermogen, een redelijke kans blijft houden op het behalen van zijn doelstellingen. Deze vorm van nazorg is van groot belang.